Elk boomsoort heeft een eigen strategie als het warm wordt
Welke bomen overleven de droogte van de toekomst?
Klimaatverandering zet onze bossen steeds meer onder druk. Langere periodes van hitte en droogte maken het voor jonge bomen moeilijker om te overleven. Maar reageren alle boomsoorten hetzelfde op watertekort? Absoluut niet. Een fascinerende studie naar jonge bomen uit Centraal-Europa laat zien dat elke soort zijn eigen overlevingsstrategie heeft.
In een gecontroleerd kasexperiment onderzochten wetenschappers hoe zaailingen van grove den, spar, zomereik en beuk reageren op verschillende niveaus van droogtestress. Daarbij werd gekeken naar twee cruciale processen: hoeveel water de bomen opnemen uit de bodem en hoe lang ze actief blijven fotosynthetiseren — het proces waarmee bomen zonlicht omzetten in energie.
Twee totaal verschillende strategieën
De resultaten waren opvallend. De grove den en spar — beide naaldboomsoorten — gingen bijzonder voorzichtig om met water. Zodra de bodem begon uit te drogen, beperkten ze snel hun wateropname en vertraagden ze hun fotosynthese, zelfs wanneer er nog relatief veel water beschikbaar was.
De eik en beuk pakten het helemaal anders aan. Deze loofbomen bleven water opnemen en actief fotosynthetiseren, zelfs wanneer de droogte ernstig werd. Vooral de eik bleek een echte grootverbruiker van water, maar hield opvallend lang zijn “motor draaiende”.
Snel groeien heeft een prijs
Waarom zouden loofbomen zoveel risico nemen? Dat heeft alles te maken met hun groeistrategie. Jonge eiken en beuken investeren sterk in snelle groei om concurrenten zoals struiken, kruiden en andere bomen te snel af te zijn. Die strategie werkt goed in gunstige omstandigheden, maar heeft ook een keerzijde: een hoger waterverbruik.
Naaldbomen zoals grove den kiezen net voor efficiëntie. Ze sparen water en schakelen sneller over op een soort “spaarstand” wanneer droogte dreigt. Daardoor hebben ze vaak een grotere kans om langdurige droogteperiodes te overleven.
De eik: dorstig maar verrassend sterk
Van de vier onderzochte soorten kwam de eik naar voren als de meest dorstige boom. Toch stopte hij pas met fotosynthese bij extreme droogte. Dat komt doordat eiken hun huidmondjes — kleine openingen in het blad — langer openhouden. Zo kunnen ze blijven groeien en energie produceren, maar verliezen ze ook meer water via verdamping.
De beuk zat ergens tussen beide strategieën in. Hij verbruikt minder water dan de eik, maar stopt ook sneller met fotosynthese zodra de bodem uitdroogt.
Wat betekent dit voor de bossen van morgen?
De studie toont duidelijk aan dat boomsoorten verschillende tactieken gebruiken om met droogte om te gaan. Naaldbomen vermijden waterstress door zuinig te zijn, terwijl loofbomen meer risico nemen en beter bestand lijken tegen tijdelijke droogte.
Dat maakt soorten zoals eik en beuk interessante kandidaten in een toekomst met warmere en drogere zomers. Toch mogen we de grove den niet onderschatten: zijn zuinige strategie kan juist cruciaal blijken tijdens langdurige droogteperiodes.
De onderzoekers benadrukken wel dat deze resultaten nog bevestigd moeten worden in natuurlijke omstandigheden en over langere tijd. Maar één ding is duidelijk: de toekomst van onze bossen zal sterk afhangen van welke bomen zich het best kunnen aanpassen aan een droger klimaat.
De snelle jonge groei van loofbomen is een strategie waardoor ze beter kunnen concurreren tegen kruidachtige, struikachtige en arborescente concurrentie. In het experiment leidt dit echter tot een groter waterverbruik en eerder lijden onder droogte dan de meer waterefficiënte zaailingen van zachthout.
Het onderzoek toont aan dat de vier bestudeerde soorten verschillende strategieën gebruiken voor het gebruik van bodemwater in het jeugdstadium.
- De grove den bespaart water en gaat door met fotosynthese tot het waterpeil in de bodem vrij laag is, waardoor de zaailingen een betere overlevingskans hebben in geval van droogte.
- Eiken is de grootste waterverbruiker, maar stopt alleen met fotosynthese bij ernstige droogte. Het hoge waterverbruik kan worden toegeschreven aan het behoud van de hoge transpiratiesnelheid (openen van de huidmondjes en fotosynthese) in gematigde droogteomstandigheden.
- De beuk vertoont een intermediair gedrag en verbruikt minder water dan de eik, maar stopt de fotosynthese sneller wanneer de grond uitdroogt.
Naaldhout heeft dus gekozen voor een strategie om waterstress te vermijden, terwijl loofhout een zekere tolerantie voor droogte vertoont en kiest voor een efficiënt gebruik van het beschikbare water.
Het gedrag van eiken en beuken zou hen betere kandidaten maken in de context van klimaatverandering, maar ook de grove den heeft zijn voordelen.
(Source Forêt.Nature - traduit par www.lamoriniere.com
Niemcczyk M., Thomas B.R. et Jastrzebowski S. (2023). Strategies for difficult times: physiological and morphological responses to drought stress in seedlings of Central European tree species. Trees 37 : 1657-1669.)


